logo LUKA
LUKA

 
 

Stichting LUKA
Adolf van Nieuwenaarlaan 3
6824 AM Arnhem

info@bachcantate.nl



Leipzig, najaar 1724  

Wie in 1724 op een willekeurige zondag de Thomaskerk in Leipzig in loopt, is getuige van een bijzondere gebeurtenis. Johann Sebastian Bach leidt zijn koor en orkest in een cantate, die hij de afgelopen week heeft gecomponeerd; volgende week moet hij de volgende af hebben. Voor die tijd is dat niets bijzonders: collega Telemann in Hamburg schrijft elke week zelfs twee cantates, en in Lübeck en Lüneburg doen de plaatselijke kapelmeesters niet anders.

Heel wat gebruiksmuziek is er dus geschreven in de 17e en 18e eeuw. Veel daarvan is inmiddels vergeten, maar de cantates van Bach worden meer en meer uitgevoerd. Bach voegt dan ook wat toe aan het compositiemodel van zijn voorgangers: hij laat een cantate beginnen met een ouverture die zo uit een Franse barokopera zou kunnen zijn overgenomen of hij instrumenteert een aria zodanig dat in elk akkoord op schrijnende wijze het lijden van de nietige mens doorklinkt.

Natuurlijk is het prachtig, dat in de grote concertzalen Bachs cantates worden uitgevoerd door beroemde musici. Wat is er mooier dan om met de ogen dicht achterover te leunen in het pluche? Toch zijn er mensen die op zondagmorgen een kerkbank inschuiven om naar een cantate te luisteren in een eredienst van Lutherse snit. Een hedendaagse eredienst weliswaar, maar één waarin de lezingen klinken die Bachs tekstdichter door het hoofd speelden. En soms blijkt dan, dat die virtuoze notensliert op het woord “vreugde” in die sopraanaria opeens op zijn plaats valt. Of dat opeens duidelijk wordt waarom het tikken van de doodsklok (vertolkt door tokkelende strijkers) zomaar overgaat in een aria die veel weg heeft van een vrolijke dans.

>> naar actueel >>
>> naar seizoen >>